Handleiding adviesverlening watertoets bij ruimtelijke plannen
In een ruimtelijk plan legt de overheid juridisch vast welke activiteiten in een gebied vergunbaar zijn en welke niet. De goedkeuring van een ruimtelijk plan kan dus grote gevolgen hebben voor het ruimtegebruik in een bepaalde omgeving. Dit kan uiteraard ook gevolgen hebben voor het integraal waterbeheer in het gebied. Daarom legt het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 (artikel 8) op dat elk ruimtelijk plan onderworpen moet worden aan een ‘watertoets’.
Als uit de watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan schade aan het watersysteem kan veroorzaken, moet de verantwoordelijke overheid maatregelen opnemen om die schade te vermijden, te beperken, te herstellen of te compenseren.
In tegenstelling tot bij vergunningen voorziet het decreet Integraal Waterbeleid niet dat de Vlaamse Regering adviesinstanties aanduidt voor de toepassing van de watertoets bij plannen. De overheid die het plan maakt, kan wel altijd op eigen initiatief advies vragen aan de waterbeheerder (en aan andere instanties). In een aantal gevallen echter is diezelfde overheid verplicht advies te vragen aan de waterbeheerder. Deze adviezen zijn een belangrijk hulpmiddel om de kwaliteit van het plan te toetsen en om concrete voorwaarden in het ruimtelijk plan op te nemen die het waterbeheer ten goede komen.
De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) heeft een handleiding uitgebracht om de adviesverleners wegwijs te maken in de goedkeuringsprocedure van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs) en bijzondere plannen van aanleg (BPAs). De handleiding geeft aan hoe de adviesverlener tot een integraal advies kan komen dat rekening houdt met alle aspecten van het integraal waterbeleid.
Er wordt ingegaan op de verschillende waterthema’s die het advies kan behandelen en er worden tips gegeven om het advies zo doelgericht mogelijk te formuleren.
