Watertoets
zoeken



Ik heb een vraag
  • Algemene vragen over de watertoets
  • Thematische vragen
  • Helpdesk watertoets

Watertoetskaarten
  • Overstromingsgevoelige gebieden
  • Risicokaart verzekering
  • Andere watertoetskaarten

Overstromingsveilig bouwen en wonen
  • Congres watertoets
  • Voorbeeldprojecten

Hoe de watertoets uitvoeren?
  • Watertoetsinstrument
  • Opleidingen
  • Handleiding voor RUP en BPA

Wetgeving
Evaluatie watertoets
afbeelding_banner
afbeelding_bullet Publicaties afbeelding_bullet Links afbeelding_bullet Disclaimer afbeelding_bullet Sitemap
U bent hier: www.watertoets.be → Ik heb een vraag → Algemene vragen over de watertoets

Algemene vragen over de watertoets

Wat is de watertoets?

De watertoets is een onderzoek naar schadelijke effecten die uitgaan van een project zoals de bouw van een woning, een bedrijfsgebouw of de aanleg van een infrastructuurproject. Ook plannen zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen die de realisatie van dergelijke projecten toelaten worden onderworpen aan de watertoets.


Wat is een schadelijk effect?

Een schadelijk effect is een nadelig effect dat dermate belangrijk (of significant) is dat maatregelen nodig zijn om dat effect te voorkomen of te milderen. De watertoets kijkt naar nadelige effecten als gevolg van een verandering van de toestand van het water, zowel van de kwaliteit als van de hoeveelheid of kwantiteit ervan. De effecten kunnen nadelig zijn voor de mens, voor de natuur of voor de economie.


Hoe werkt de watertoets?

Met de watertoets onderzoekt de overheid elk nieuw initiatief met mogelijk nadelige gevolgen op het water en onze leefomgeving. Zij doet dit op het moment dat er een vergunning wordt afgeleverd of een plan wordt goedgekeurd. De beslissing over de watertoets wordt neergeschreven in een waterparagraaf in de vergunning of in de goedkeuring van het plan. Voor projecten met mogelijk belangrijke nadelige effecten laat de overheid die beslist over de watertoets zich bijstaan door een advies van een waterbeheerder.
Toont de watertoets aan dat het initiatief een significant nadelig effect kan veroorzaken, dan moet men op zoek naar alternatieven of milderende maatregelen. De beslissende overheid legt in de eerste plaats voorwaarden op om de schade te vermijden of zoveel mogelijk te beperken. Als dat niet kan, zal ze de maatregelen richten op herstellen of compenseren van de schade. Is er - in uitzonderlijke gevallen - geen aanvaardbare remedie mogelijk, dan zit er niets anders op dan de vergunning of de goedkeuring voor het plan te weigeren.


Wie is verantwoordelijk voor de watertoets?

De overheid die de vergunning aflevert of het plan goedkeurt is verantwoordelijk voor de watertoets. Zij moet het project of het plan grondig onderzoeken op effecten voor het water, de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan en de maatregelen om die gevolgen te vermijden, te verminderen, te herstellen of te compenseren. De resultaten van dat onderzoek worden neergeschreven in de waterparagraaf. Zij kan zich daarbij laten bijstaan door het advies van een waterbeheerder.


Is de watertoets verplicht?

De watertoets is verplicht voor de vergunningen en de plannen die zijn opgesomd in het decreet van 25 mei 2007. Daaronder vallen alle bouwvergunningen, milieuvergunningen en ruimtelijke uitvoeringsplannen.


Voor welke vergunningen is een watertoets nodig?

De volgende vergunningen worden in ieder geval onderworpen aan de watertoets:

1) de stedenbouwkundige vergunning als vermeld in artikel 99 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;
2) de verkavelingsvergunning als vermeld in artikel 101 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;
3) voor zover als relevant, gelet op het voorwerp van de vergunningsaanvraag, de milieuvergunning als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning;
4) de vergunning voor een watervang als vermeld in artikel 80 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991;
5) de machtiging voor het uitvoeren van buitengewone werken van verbetering, vermeld in artikel 12 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
6) de vergunning, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
 

In het aangepaste uitvoeringsbesluit bij de watertoets van 14 oktober 2011, dat in werking zal treden op 1 maart 2012, is een aanvullende lijst opgenomen met vergunningen en plannen die aan de watertoets moeten onderworpen worden.

 

Voor welke plannen is een watertoets nodig?

De volgende plannen en programma’s worden in ieder geval onderworpen aan de watertoets:

1) een ruimtelijk uitvoeringsplan en een algemeen en bijzonder plan van aanleg als vermeld in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoƶrdineerd op 22 oktober 1996;
2) een plan van de nieuwe wegen en afwateringen, landschapsplan en herverkavelingsplan als vermeld in de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet;
3) een inrichtingsplan inzake landinrichting als vermeld in het decreet van 21 december 1988 houdende de oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;
4) de plannen en programma’s, vermeld in artikel 27, § 2, 7°, van het decreet;
5) waterhuishoudingsplannen van Polders en Wateringen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 januari 2002 houdende het toekennen van een gewestbijdrage aan polders, wateringen, verenigingen van wateringen voor het uitvoeren van bepaalde waterhuishoudkundige werken en tot vastlegging van de procedure inzake subsidiƫring van deze werken;
6) natuurrichtplannen als vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

In het aangepaste uitvoeringsbesluit bij de watertoets van 14 oktober 2011, dat in werking zal treden op 1 maart 2012, is een aanvullende lijst opgenomen met vergunningen en plannen die aan de watertoets moeten onderworpen worden.

 

Wat is het wateradvies?

Om zich grondig te informeren over de mogelijke watersysteemschade van een vergunning, plan of programma, kan de beslissingnemende overheid advies vragen aan de betrokken waterbeheerder(s). De waterbeheerders zijn diensten van de Vlaamse overheid, de provincies, de gemeenten, de polders en de wateringen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van waterlopen of grondwater. In hun advies kunnen zij aanbevelingen formuleren om de geplande initiatieven bij te sturen met als doel het vermijden, beperken, herstellen of compenseren van verwachte schade.

 adviesinstanties

 

adviesverleners

 De te volgen procedures lopen geen risico op vertraging want de adviesperiode van 30 kalenderdagen is afgestemd op de reeds bestaande adviestermijnen.

 

Wat is de waterparagraaf?

In de waterparagraaf vermeldt de vergunningverlener op een gemotiveerde manier of er schade aan het watersysteem zou kunnen ontstaan. Worden er schadelijke effecten verwacht, dan beschrijft de vergunningverlener welke voorwaarden opgelegd worden aan de vergunning, het plan of het programma om die effecten te vermijden, te beperken, te herstellen of te compenseren. Wijkt de beslissing van de vergunningverlener af van het advies van de betrokken waterbeheerder(s), dan komt dat in de waterparagraaf aan bod.

Blijkt er geen (significante) schade aan het watersysteem te ontstaan, dan is een korte formulering voldoende.

 


afbeelding_slogan